Search

Didactisch model

MathPlus

Didactisch model


MathPlus is gebaseerd op het bekende OSAEV-model van Joop van Dormolen (Didactiek van de wiskunde uit 1974). Tegenwoordig wordt dit model beschreven als het OOV-model:

● O1 = oriënteren op wat er gaat komen;

● O2 = ontwikkelen van kennis en vaardigheden, het ‘leren’-deel;

● V = verwerken en inslijpen van de aangeleerde kennis en vaardigheid, het ‘verwerken’-deel.


In MathPlus is dat als volgt vertaald:

● O1 = Context

● O2 = Uitleg, Theorie. Voorbeelden

● V = Verwerken en oefenen


Context

In MathPlus is deze opzet overgenomen en ingebed in een omhullend context-concept-verhaal. Door inleidende contexten toe te voegen die van een – zo mogelijk onderwerp omvattende – vraagstelling zijn voorzien, wordt het beoogde concept versterkt. Daarbij wordt de relevantie van de wiskunde in één oogopslag duidelijk. De vragen “Wat heb ik hier nu aan?” en “Waarom moeten we dit leren?” kunnen met een verwijzing naar de contexten beantwoord worden.


Uitleg

Hierin is de Uitleg een inleiding vanuit een concrete situatie op de te leren theorie en de te beheersen vaardigheden. De Uitleg gaat vergezeld van opgaven die leerlingen aanzetten om deze kennis actief op te bouwen.


Theorie

De Theorie vat deze kennis (zo abstract als op dat niveau wenselijk is) samen. In de eerste twee leerjaren zijn er geen theorieblokken, omdat de totale hoeveelheid samen te vatten kennis per onderdeel nog gering is. Vanaf leerjaar 3 wordt dit meer en komen voor het eerst theorieblokken voor.


Voorbeelden

Naast de Uitleg en Theorie zijn er Voorbeelden waarin de gewenste kennis en vaardigheden worden gebruikt in activerende opgaven. Om leerlingen tot activiteit aan te zetten, zijn Uitleg en Voorbeelden vaak enigszins fragmentarisch (voor vwo/gymnasium meer dan voor havo/vwo). Dit vormt samen het ‘leren’-deel van elk onderdeel (paragraaf).


Verwerken en oefenen

Met de opgaven bij Verwerken krijgen leerlingen de theorie onder de knie.

Die opgaven hebben een niveau-aanduiding:

★ is makkelijk,

★ ★ is het niveau dat je moet behalen en

★ ★ ★ is een moeilijke opgave.

Nadat leerlingen alle paragrafen hebben doorgewerkt, kunnen ze op verschillende manieren oefenen voor de eindtoets: door middelen van oefenopgaven in het boek of door middel van de oefentoets of vaardigheidstrainer in de online leeromgeving.