Search

Differentiatie

met Karakter

Differentiatie

Vier niveaus voor technisch en vloeiend lezen

Karakter geeft niet alleen de zwakke lezers veel instructie en aandacht, maar het gunt ook de gemiddelde lezer meer tijd van de leerkracht. De pluslezers werken in een plusboek en krijgen lesstof en instructie op hun niveau. Het werkt als volgt:

  • Zwakke lezers
    De zwakke lezers hebben een eigen route met de groepsinstructie, verlengde instructie en begeleide inoefening in les 1 en begeleide verwerking in les 2.
  • Gemiddelde lezers
    De gemiddelde lezers hebben een eigen route met groepsinstructie, een korte verlengde instructie, begeleide inoefening en differentiatie in tekstaanbod.
  • Sterke lezers
    De sterke lezers gaan na de groepsinstructie zelfstandig aan de slag met hun eigen route met differentiatie in opdracht- en tekstaanbod en een doordenkvraag.
  • Pluslezers
    De pluslezers werken in een apart plusboek met instructie op leesdoelen op een hoger AVI-niveau en verdieping in literatuureducatie.

Vloeiend lezen: samen en op maat

In de lessen vloeiend lezen is de instructie voor alle kinderen in de groep gelijk en de verwerking is op het eigen niveau. Een vloeiend-lezen-doel wordt afgesloten met theaterlezen waarin elk kind een rol krijgt op zijn eigen beheersingsniveau. De zwakke lezers krijgen de makkelijkste rol en bereiden die met de leerkracht voor. Zo komt de hele groep tijdens het samenlezen samen en kunnen álle kinderen schitteren.

 

Leesbevordering en literatuureducatie: samen leren en inspireren

In de lessen leesbevordering en literatuureducatie wordt geen onderscheid in leesniveau gemaakt. De lessen staan in een apart werkboek en je doet ze met de hele (combinatie)groep. Het leerdoel van een les literatuureducatie komt in de daaropvolgende leesbevorderingsles terug en de kinderen gaan er met actieve samenwerkingsvormen mee aan de slag. Samen aan de slag met boekfragmenten. Zo leren ze van elkaar en inspireren ze elkaar.