Search

Station Zuid

Didactiek en organisatie

Effectief onderwijs vol beleving en uitdaging

Met Station Zuid leer je álle kinderen beter lezen. De slimme opbouw, eenvoudige differentiatie en instructiemodel maken deze methode heel effectief. Bovendien maak je van lezen een echte belevenis, en dat motiveert kinderen om ook zelf te gaan lezen.

Technisch lezen

We hebben de leerlijn technisch lezen afgestemd op de verschillende AVI-leesniveaus. Het startniveau in groep 4 is E3. Hiermee sluit Station Zuid aan op het eindniveau van aanvankelijk lezen in groep 3.

Het doel is dat kinderen elk leerjaar minimaal 2 hogere AVI-niveaus bereiken.

Vloeiend lezen

Het snel en goed decoderen van woorden is een begin. Maar lezen is meer. Een kind leest pas vloeiend als het tijdens het lezen decodeert én betekenis kan geven aan de tekst. Dus als een kind met expressie en ‘hoorbaar begrip’ leest.

Daarom besteedt Station Zuid expliciet aandacht aan de instructie op de aspecten van vloeiend lezen.

Leesbevordering

Om de leesattitude en leessmaak te blijven ontwikkelen zijn er in de bovenbouw ook lessen leesbevordering.

Toon alle gestelde vragen

Resultaat voor alle kinderen

Convergente differentiatie streeft ernaar dat álle kinderen in een groep de - minimaal - gestelde doelen behalen. Sommige kinderen hebben daar alleen wat meer tijd, instructie en begeleiding voor nodig. En anderen juist wat minder.

Daarom verdeel je de kinderen in 3 groepen en stem je ook de lesopbouw hierop af. Het voordeel van convergente differentiatie is dat het differentiëren binnen een klas overzichtelijk blijft.

IGDI maakt differentiatie eenvoudig

Station Zuid blinkt uit in effectiviteit. Er is altijd 1 doel per les. De leesmoeilijkheid die je de ene dag aanbiedt, herhaal je de volgende dag.

De opzet volgt altijd het beproefde IGDI-model (Interactieve-Gedifferentieerde-Directe-Instructie-model). Dit betekent dat je de les opdeelt in fases. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om convergente differentiatie eenvoudig te organiseren.

Hoe werkt het?

De groep start altijd gezamenlijk met de introductie en de groepsinstructie. Daarna werken de kinderen op 1-, 2- of 3-ster-niveau.

De 1-ster en 2-ster-kinderen werken na de groepsinstructie onder begeleiding van de leerkracht aan een opdracht. De 1-ster-kinderen krijgen daarna extra uitleg in de verlengde instructie.

Op dat moment zijn de andere kinderen zelfstandig aan het werk. De 3-ster-kinderen werken in een eigen werkboek. Na de verlengde instructie hebben de 1-ster-kinderen tijd om zelfstandig te werken. Op dat moment maak je een serviceronde.

Je sluit een les altijd gezamenlijk af door kort te reflecteren op de les. Suggesties hiervoor staan in de leshandleiding en op het digibord.

Motivatie voor de hele groep

Doordat zwakke lezers intensievere instructie krijgen en sterke lezers juist meer uitdaging, houd je de hele groep gemotiveerd.

Bovendien verwerken de kinderen de leerstof tegelijkertijd. Zo kunnen ze van elkaar leren en blijft de groep bij elkaar. Je gaat echt samen op leesavontuur.

Referentieniveaus

In het rapport ‘Over de drempels met taal en rekenen’ is het referentiekader Taal opgenomen. Hierin staan opbrengstgerichte doelen voor verschillende domeinen van de taalvaardigheid.

In het subdomein ‘Leesvaardigheid, lezen van functionele, narratieve en literaire teksten’, hebben we doelen uitgewerkt voor eind basisonderwijs op 1F en 1S(2F) -niveau. De SLO heeft deze doelen in het document ‘Leerstoflijnen beschreven’ verder uitgewerkt.

De leerlijn leesbevordering en literatuureducatie van Station Zuid werkt naar deze doelen op 1S-niveau toe.

Toon alle gestelde vragen

Overzichtelijke handleiding

Alle instructie- en leesbevorderingslessen zijn overzichtelijk uitgewerkt in een overzichtelijke handleiding.
Per les heb je een duidelijk overzicht van het doel, de materialen, de betekenis van moeilijke woorden en het lesverloop.

Dit geeft je optimale, snelle ondersteuning tijdens het voorbereiden en lesgeven.

Voorbeeld combinatiegroep 4/5

Met Station Zuid werk je heel eenvoudig in combinatiegroepen. De basisinstructie van groep 4 zet je bijvoorbeeld tegenover de herhalingsinstructie van groep 5. Dus tijdens de herhaling kan de klas zelfstandig werken.

Door stillezen in het rooster op te nemen, krijgen de kinderen de kans om vrij te lezen en leeskilometers te maken. Dit draagt bij aan de optimale leesontwikkeling van elk kind. Uiteraard kun je ook je eigen invulling aan de weekplanning geven.

Toon alle gestelde vragen

Kennis, vaardigheden en toepassen

Jaarprogramma en blokopbouw

Een jaarprogramma bestaat uit 4 blokken. Elk blok is thematisch opgebouwd en telt 7 lesweken, een toetsweek en een uitloopweek aan het eind van elk blok.

Tijdens de toetsweek heb je voldoende ruimte om te interveniëren op basis van resultaten. Na de toetsweek kun je dus ook direct starten met het volgende blok. De uitloopweek kun je dan plannen op een moment dat beter in de jaarplanning past.

Overzichtelijk weekschema

In de lagere groepen heb je meer tijd nodig om de leesmoeilijkheden te behandelen. Daarom bieden we in groep 4 en 5 elke dag voortgezet technisch lezen aan. In groep 6 is dit 3 keer per week en in groep 7 en 8, 2 keer per week. 

Soorten lessen

Station Zuid kent 3 soorten lessen:

- Basisinstructie
- Herhalingsinstructie
- Leesbevordering

De leesbevorderingsles duurt 45 minuten, waarvan 30 minuten leesles en 15 minuten stillezen in een eigen leesboek. Alle andere lessen duren 30 minuten.

- In groep 4 en 5 is op 4 dagen instructie gepland. Basisinstructie op dag 1 en 4 en herhalingsinstructie op dag 2 en 5. De leesbevordering op dag 3 breekt de week.
- In groep 6 geef je elke week een keer basisinstructie, herhalingsinstructie en leesbevordering.
- In groep 7 en 8 staat een keer per week reguliere instructie en een les leesbevordering op het rooster.

Toon alle gestelde vragen

Thematisch, wereldoriënterend

Praktische hulpmiddelen

Opbrengstgericht werken helpt scholen om de leerprestaties van kinderen te verbeteren. Station Zuid heeft een aantal praktische hulpmiddelen om je hiermee te helpen. De instrumenten zijn ontwikkeld op basis van de uitgangspunten van de PO-Raad.

Station Zuid biedt de volgende hulpmiddelen:

- Model voor een groepsoverzicht
- Model voor een groepsplan
- Kwaliteitskaarten

Handelingsgericht werken

Bij het werken met groepsplannen staat de cyclus handelingsgericht werken centraal.

Op de afbeelding is te zien op welke wijze dit model op het groepsoverzicht en groepsplan van Station Zuid is toegepast.

Meer informatie
Toon alle gestelde vragen

Opbouw en structuur

Steeds beter leren lezen

Het doel van Station Zuid is dat álle kinderen steeds beter leren lezen. Daarom heeft de methode ook een volwaardig aanbod voor de bovenbouw.

In groep 7 en 8 geef help je zwakke lezers met extra instructie voor vloeiend lezen eerder behandelde leesmoeilijkheden. Gemiddelde en sterke lezers oefenen met onderhoud van leesmoeilijkheden en vloeiend lezen. Uiteraard geef je in de bovenbouw ook lessen leesbevordering.

De instructielessen in groep 7 en 8 zijn, net zoals in de eerdere groepen, opgebouwd volgens het IGDI-model. In deze lessen komen vooral lesdoelen aan bod die op vloeiend lezen zijn gericht. 

Extra doelen

Kinderen op 1-ster-niveau krijgen naast de lesdoelen voor vloeiend lezen een extra doel met herhaling van leesmoeilijkheden.

De andere kinderen krijgen in de instructielessen naast vloeiend lezen een onderhoudsprogramma aangeboden op de leesmoeilijkheden. In de even weken is er tijdens de instructie aandacht voor samenlezen. Het 1-ster-kind bereidt de samenleesopdracht met de leerkracht voor.

Toon alle gestelde vragen

De Brandweerclub

Station Zuid is de naam van de methode. Maar het is ook de naam van een oude brandweerkazerne in het stadje Zummel. Daar beleven de hoofdpersonages Flo, Max, Tjeng, Anna en Melvin allerlei spannende avonturen.

De kinderen zijn net zo oud als de kinderen in de groep. Samen hebben ze De Brandweerclub opgericht. Je luistert naar hun belevenissen via de digibordsoftware. Dit motiveert kinderen om zelf te gaan lezen en over het verhaal te praten.

Als extra stimulans bevat het vervolgverhaal cliffhangers. Deze dagen de kinderen uit om thuis verder te lezen op debrandweerclub.nl. Zo draagt Station Zuid echt bij aan de leesbeleving en het enthousiasme van alle kinderen.

Toon alle gestelde vragen

Differentiatie en toetsen

Verschillen in tempo en niveau

Verschillen in tempo en niveau

De lesstof voor groep 5-8 is op 2 niveaus geschreven: groep 5-6 en groep 7-8. Om bepaalde kinderen meer uitdaging te bieden hebben alle thema’s van Naut Meander Brandaan niveau- en tempodifferentiatie.

Bij de niveaudifferentiatie spreek je een hoger denkniveau aan. Bij tempodifferentiatie zijn het vooral ICT-vaardigheden die een rol spelen. Voor die opdrachten heb je dus altijd toegang tot internet nodig.


De differentiatie blijkt daarnaast uit de manier waarop kinderen werken aan de 21e-eeuwse vaardigheden. In stap 3 en bij de Uitdaging kunnen kinderen laten zien over welke vaardigheden en talenten ze beschikken en hoe ze zich hierin onderscheiden van anderen.

Toetsen van kennis en vaardigheden

Toetsen van kennis en vaardigheden

Met Naut Meander Brandaan toets je kennis én vaardigheden. Per thema heb je 2 momenten waarop je de kinderen kunt beoordelen.

Groep 5 t/m 8

1. Toetsen van kennis
Na les 1 t/m 4 maken de kinderen een toets over het hele thema. De thematoets bestaat uit 10 gesloten vragen. Kinderen bereiden de opdracht voor met het onderdeel ‘Leren voor de toets’ en de diagnostische toets ‘test jezelf’.

2. Toetsen van vaardigheden
Het beoordelen van vaardigheden doe je met de toepassingsopdracht de ‘Uitdaging’. Je beoordeelt zowel het eindproduct van de Uitdaging als de samenwerking. Kinderen reflecteren hierbij zelf op hun werk. Samen met jouw observaties vormt dit het eindresultaat.


De resultaten van de thematoets en de uitdaging geven een goed beeld van de capaciteiten en het niveau van een kind. De thematoets en de registratie van de Uitdaging kun je op papier of digitaal laten maken. Met beide vormen toets je dezelfde doelen.

Groep 3 en 4

Voor groep 3 en 4 zijn er geen wereldoriëntatietoetsen. In groep 4 kun je het resultaat van de toepassingsopdracht gebruiken om vast te stellen of de kinderen de kennis en vaardigheden uit het thema beheersen en kunnen toepassen.

Toon alle gestelde vragen