De Nederlandse taal heeft, in tegenstelling tot vele andere talen, een minder voor de hand liggende zinsbouw. Met name het onderwerp en de persoonsvorm kunnen op meerdere plaatsen in de zin staan. Dit is een moeilijk onderdeel van de grammatica voor anderstaligen die de Nederlandse taal willen leren.
Toen Susan Anneveldt tien jaar geleden NT2-lessen gaf, vond ze in geen enkele bestaande methode een goede manier om de juiste zinsbouw aan te leren. Uit de schrijfopdrachten bleek telkens dat dit onderdeel van de grammatica achterbleef bij de andere onderdelen, zoals werkwoordsvervoeging en spelling. Tijdens het nakijken van schrijfopdrachten zag ze wel een patroon in de soorten zinnen die veel werden geschreven en de fouten die de leerlingen maakten. Dat is het uitgangspunt geweest voor deze zinsbouwmethode.
Deze handleiding is zodanig van opzet dat de leerling zelf kan nakijken waar het onderwerp en de persoonsvorm in de zin moeten staan. Op deze manier ziet de leerling dat wel degelijk een patroon te herkennen is in de Nederlandse zinsbouw.